woensdag 14 juni 2017

'Een half uurtje, meneer'

Gelderlander
Sergeant Joep staat met zijn handen op zijn rug. Net nadat een klein leger Rode Kruismedewerkers met talrijke busjes op de eerste rustplek van de tweede Vierdaagsedag is gearriveerd, komt ook het front van het lint lopers aan.
 
De snelwandelaars zijn al lang voorbij als zich voor de ingang van de grote groene legertent in zeer korte tijd een rij van moeilijk kijkende lopers vormt. Het is kwart voor zes. De Overasseltse en Hatertse Vennen ontwaken en raken hun mist kwijt, terwijl op de legerplaats bedrijvigheid heerst. Aan Joep mag de loper vertellen of hij een massage of een blarenbehandeling wil. Het merendeel moet gekneed. "Koud gestart", zegt de sergeant en grijnst. "Of op de camping te dicht bij de grond gelegen, dan zijn de spieren stram." Op deze post behandelen ze vooral de ellende van gisteren en al snel is een half uur wachttijd normaal, zeer tegen de zin van de behoeftige wandelaars. Toch raadt Joep het ze aan. Bij de volgende post kan de wachttijd wel eens drie keer zo groot zijn.
Met vier massagetafels, 42 bedden voor het prikken van blaren en een heuse ruimte voor spoedgevallen is het medisch centrum goed toegerust. Er is zelfs hartbewaking. Defensie en het Rode Kruis hebben hier vanochtend meer medewerkers ingezet om de drukte op te vangen en dat blijkt nodig.
Lagen er een half uur geleden nog maar twee, om kwart zeven uur ligt de tent vol met geblaarde voeten. Sergeant Joep heeft ze allemaal te woord gestaan. Een grote blauwe vuilniszak is gevuld met gaasjes en tape. Hij wordt voller en voller. De lopers met de welbekende vochtblaasjes zijn duidelijk in de meerderheid nu. Er wordt geprikt, getapet en ook de nieuwe methode, waarbij men vette watten om de tenen vlecht, wordt driftig beoefend.
Op deze eerste post op de tweede dag is het dringen. Gisteren waren er de hele dag maar vijftig mensen met blaren, vandaag staan die in het eerste half uur al voor de tent. Vroegen er op dinsdag twee om ijs voor hun knieën, nu zijn het er twintig.
Binnen in de groene tent loopt iedereen door elkaar. Rode vestjes, groene pakken. Er wordt overlegd, gedelegeerd en doorverwezen. Een geoliede machine van hulpverleners. "We kijken hier naar meer dan de blaar hoor", zegt Jannie Legemaate. Ze is teamleider van de Rode Kruismedewerkers en staat te regelen wie er naar welk bed mag om moeilijk lopende wandelaars te helpen. "Als iemand veel last heeft verwijzen we hem naar de massage of de arts. We geven tips. Wissel bijvoorbeeld eens van weghelft, anders loop je de hele tijd schuin naar een kant."
De bedrijvigheid in de tent heerst ook op het terrein erbuiten. Soldaten, rustende mensen, sommigen wachtend op hun maatje in de tent. Een ambulance voert een wandelaar af. Het is zeven uur. De eerste groep opgevers wordt terug naar Nijmegen vervoerd en sergeant Joep komt de tent weer in gelopen. "Zo, de eerste zwik van 50-kilometerlopers hebben we gehad", zegt hij opgelucht. "De tweede groep komt over een half uurtje, nu even roken."
Om half acht staat Joep weer klaar bij de ingang en zwelt de rij weer aan. Pas om een uur of negen wacht voor hem weer het staartje van de rij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten